Ieder zijn Kaas
door Jan Damen, InZicht nr. 1 Zomer 1999
Joop Raaf, de oudste zoon van Maître Corbeau, Joop Raaf, zat op een bladloze tak van een oude iep.
Deze iep, een door de andere volwassen dieren alom geprezen en gewaardeerde wijze boom, had zijn geloof verloren bij de jongere bomen.
Hoewel allen zijn wijsheid roemden, werd er, mede door de twijfels van de jonge bomen, met steeds meer argwaan geluisterd naar de oude patronen van de bejaarde iep.
En hoewel, zoals gezegd, iedereen waardering had voor de iep, vonden steeds meer bomen dat hij langzamerhand maar eens plaats moest maken voor een nieuwe boom, minder star, met frisse ideeën, een andere wind door de takken.
Maar Joop Raaf, zoon van Maître Corbeau, voelde zich lekker op die oude tak. Hier had hij voeling met het verleden, toen alles nog anders was.
Dit was zijn plaats om uit te rusten, om bij te komen, om krachten op te doen en voor zijn dagelijkse “Kaizen”, een bijzondere filosofie die hij van de Japanse paradijsvogel had geleerd.
En opnieuw schoot hem het verhaal door de kop, het verhaal, in droefenis verteld door zijn oude vader, Maître Corbeau, het verhaal over hoe hij zijn heerlijke kaas kwijtraakte aan een onbetrouwbare opera-liefhebber, de Vos Reinaard, die hij voordien als zijn vriend beschouwde.
De oude Maître had zijn zoon dit verhaal vele malen verteld, en hij had nooit begrepen hoe hij zijn kaas had kunnen verliezen.
Al Kaizennend zag Joop, zijn vader was reeds lang op reis naar nieuwe dimensies, het licht !
Shit, die vos was een bedrieger, een leugenaar, een mooiprater. Die ouwe van mij kon helemaal niet mooi zingen ! Zingen ? Meer dan een afschuwelijk gekras, nog minder dan de meeste raven, kon hij niet voortbrengen. Joops moeder zei altijd dat ze maar al te goed wist hoe dat kwam ; die “ouwe” was een gierigaard, een krent, hij kocht geen goede sigaren maar rookte altijd buk-shag en daar had hij die slechte stem aan te danken. De stank uit zijn bek trouwens ook, zei zijn moeder, maar dat was joop nooit opgevallen.
Boze beelden kwamen bij Joop naar boven en hij dacht aan wraak. Deze vos had zijn vader belazerd, de familie onteert, het trotse geslacht der raven belachelijk gemaakt.
En alhoewel Joop, na zijn HBS, middelbaar Nederlands had gedaan en dus behoorlijk thuis was in A.B.N., kwam er geen geciviliseerde uitspraak uit zijn strot anders dan : Hoe naai ik die klote vos een oor aan ?
Hij sprak die tekst wat luid, en de oude wijze iep schudde zijn dorre takken en zei : Maar Joop, foei. Wat een slechte taal, wat een onecologische gedachte.
Maar Joop schonk geen aandacht aan die ouwe meut en had uitsluitend gevoelnes van wraak.
Hij dacht aan het oude gezegde van de vos die wel zijn haren verliest, maar niet zijn streken, en dacht toen aan kaas ! Natuurlijk kaas, daar is hij dol op.
Wat rattenkruit in de kaas verstoppen? Dan was het vlug gedaan met die oude vos !
Maar dat was zelfs Joop wat te gortig. Aan een dooie vos is geen bal aan, nee het beest moest worden vernederd. Hij zou hem een poepie laten ruiken. Een poepie ? Shit, ja natuurlijk.
Afgaan in het openbaar, dat was het.
Joop ging naar boer Koekoek, een wat eigenzinnige agrariër met plattelandse opvattingen en een uitgesproken hekel aan steedse fratsen.
Boer Koekoek had koebeesten en maakte ook kaas, en Joop vertelde hem het verhaal.
Was het ook mogelijk, zo vroeg Joop, een speciaal kaasje te maken, een speciaal kaasje van melk en wonderolie ? Koekoek krabde zich eens achter de oren, zuchtte een paar maal diep, en gromde allerlei inwendige overwegingen. Hij keek omhoog en begon te lachen.
Maar natuurlijk kakelde hij, ik hoef alleen maar het melkvet te vervangen door de olie en het hele zaakje loopt gesmeerd. Kom over een week of drie maar terug, en je kaasje ligt op je te wachten. Ze schudden elkaar de vlerk en met een samenzwerige blik in de ogen vertrok Joop.
Nuli nulus levitatum. Een vos brengt nog geen lente. Ik zal ‘em !
Joop kon niet wachten tot de weken voorbij waren, en precies op het afgesproken tijdstip was hij terug bij Koekoek. En koekje, is het gelukt ?
De boer keek hem aan met een blik alsof hij een ei in andermans nest had achtergelaten en zei : Joop, ik heb iets geniaals gewrocht. Een kaasje, zacht en smeuïg, geurig, een lust voor oog, neus en bek. Als je wilt kun je er wat van proeven.
Joop zag het lijk al drijven en bedankte de boer voor zijn kunstwerk. Na betaling van enige duiten vetrok hij, niet zonder Koekoek hartelijk te hebben bedankt.
Nu kon het feest beginnen. Joop had in de tussentijd niet stil gezeten. Hij had een songfestival georganiseerd voor de andere raven, een festival waaraan in het gehele bos uitgebreid aandacht was geschonken. Ook de andere dieren waren uitgenodigd en met name Reinaard was uitgebreid gemaild. De hoofdprijs was een kaas van bijzondere kwaliteit en de vos kreeg vochtige dromen als hij daaraan dacht. Natuurlijk ging hij naar het festival, natuurlijk zou hij daarbij zijn. Het water liep hem in de bek. Hij ging zich beraden op de toespraak die hij voor de winnaar zou afsteken. Zo’n stomme raaf, die laat zich vast wel te pakken nemen.
Enige dagen later was het festival. Een prachtige kraspartij bij de oude iep.
Na enige voorronden waren er nog 3 raven overgebleven, en na een zinderende finale bleek Claudia Raven-Schiffer de uiteindelijke winnares. Ze was hoogblond en voorzien van een prominente gevel.De meeste heren raven hadden last van enige verstijving als ze haar bezig zagen. Joop niet. Hij was voorzitter van de jury, en alles liep zoals hij dat in zijn “Smart Goals manifest” had staan.
Het was dan ook Joop, die uit hoofde van zijn functie, Claudia feliciteerde en de prijs, een waarlijk schitterend kaasje, mocht uitreiken.
Claudia zat met blijdschap in haar ogen en de kaas in haar bek, de lofprijzingen van de jury aan te horen, toen de oude Reinaard verscheen.
Hij prees de zangeres en zei dat hij nog nimmer getuige was geweest van zo een schitterend optreden, zo’n fantastische stem, zo’n performance, geweldig.
Ik vind, zei Reinaard, en met mij alle andere dieren in het bos, dat zo’n winnares gehuldigd mag worden. En voor ons allen zou het fantastisch zijn als jij, onvolprezen Claudia, je lied hier nogmaals ten gehore zou willen brengen. Claudia, domweg gelukkig (of gelukkig dom) , voldeed dolgaarne aan het verzoek, en jawel, de kaas viel uit haar bek en Reinaard had de prijs te pakken. Dat hadden jullie natuurlijk ook wel verwacht.
Net zo goed als je nu verwacht dat Reinaard de kaas meeneemt en die in zijn burcht gaat nuttigen. Maar dat liep wat anders. Reinaard legde de kaas aan zijn voeten en begon de raven een lesje te lezen. Stelletje stomme beesten. Hebben jullie nu nog niet in de gaten dat je niet kunt zingen met een volle bek. Wat hebben jullie vaders en moeders je dan geleerd ?
En jij Joop, weet je nu nog niet beter? De ouwe sukkel is zijn kaas en zaligheid verloren.
Weet je waarom wij vossen zoveel slimmer zijn ? Wij doen aan Kaizen, HET leersysteem voor volwassenen. Ik ben trouwens blij dat jullie daar te dom voor zijn, kunnen wij vossen jullie tenminste steeds in het ootje nemen. En hij begon smakelijk van zijn kaas te eten.
De raven krasten dat het geen lust was, maar Reinaard trok zich daar niets van aan en vrat voor de ogen van de gehele gemeenschap de hele kaas op.
Vervolgens wreef hij zich over zijn buik en lachte smadelijk naar het verslagen ravenvolk.
Sommige raven gingen terneergeslagen naar huis maar Joop was bezig met een oog (en beide vlerken) Claudia te troosten terwijl hij met het andere scherp op Reinaard lette.
De vos zat triomfantelijk naar het restantje sukkels te kijken, toen hij plotseling wat raars voelde in zijn buik. Het begon te rommelen en te gisten en de blik in zijn gezicht zakte naar het nulpunt. Hij wilde zich groot houden en vertelde dat hij elders nog zaken had af te wikkelen. Terwijl hij zich joyeus van de festival plaats verwijderde werd ineens de aandrang te groot. Een enorme ruft ontsnapte aan zijn lijf. Voordat hij zich kon excuseren kwam er een volgende ruft, gevolgd door een spetterende diaree.
De vos maakte zich uit de voeten en vertrok als een haas in de richting van zijn burcht.
Gelijk een gierkar liet hij een spoor van stront achter zich en de raven volgden hem op voldoende hoogte om hun veren niet te vervuilen. De stank was ondraaglijk en de vos rende zich de poten onder het vege lijf vandaan. Bij de burcht aangekomen was de deur op slot. Moe Vos, want Reinaard woonde nog bij zijn moeder, had de kar al aan zien komen en had zo haar eigen ideeën over het mestprobleem.
De uitgeputte Reinaard stortte voor zijn deur neer, en bleef liggen in zijn eigen kakkineuze omgeving.
Toen kwam Joop aangevlogen. Hij vertelde Reinaard wat er was gebeurd. Hoe Kaizen hem de ogen had geopend en hem op nieuwe ideeën had gebracht. Weet je Reinaard, Kaizen is ook voor gewone raven. Daarnaast heb ik mijn doelstelling SMART geformuleerd.
Bij Koekoek hebben we wat submodaliteiten verwisseld en het resultaat mag je gerust ecologisch noemen, helemaal als je ziet wat je aan de bemesting van het perceel hebt bijgedragen.
En als je zelf weer eens Kaizent, dan zou je misschien kunnen zeggen dat het vandaag wat minder goed ging. Maar weet je, ook Edison heeft 999 keer geleerd hoe hij het niet moest doen, maar toen. . . Zo zie je maar: mislukking bestaat niet, alleen Feedback.
De groeten oude vos, wees maar blij dat je je haren al kwijt bent. Anders was het allemaal zo blijven plakken.
See you later in the Pub.